Wie tegenwoordig geen virtueel leven leidt bestaat niet. Althans, als je de verhalen volgt over communities, groups, LinkedIn, Twitter en al die andere zegeningen, waarin vogels van vergelijkbaar pluimage of interessegebied elkaar op tamelijk anarchistische manier vinden. Het is maar goed dat wierook niet onder het rookverbod valt.
Ik ben in principe groot voorstander van dat soort anarchisme. Sterker nog: ik ben van mening dat alle werkelijk grote ontwikkelingen in onze geschiedenis dat DNA dragen. Iets wat bottom up ontstaat is altijd sterker dan van boven door de strot gewrongen. Daarom heb ik al die digitale ontwikkelingen niet alleen met interesse, maar bovendien gulzig en actief gevolgd. Tijd om wat persoonlijke observaties met u te delen.
In principe is niets mooier dan dat je semiautomatisch in contact komt met mensen waarmee je overeenkomsten hebt. Iets te delen hebt. Wat dan ook. Maar -zoals vaste lezers weten- scant mijn obsessie voor rendement en effectiviteit altijd naar wat er uiteindelijk uit voortkomt. Ik bedoel, wat je er nu ècht aan hebt.
Rabiate voorstanders zullen bijvoorbeeld betogen dat bijvoorbeeld Twitter het beste is dat de mensheid ooit is overkomen. Men verwijst dan bijvoorbeeld naar het wapenfeit dat toen de Turkse piloot nog als een aap naar een horloge -in zijn geval: de linker hoogtemeter- staarde, CNN al dankzij een passerende Twitteraar kon berichten dat een iets te premature landing aanstaande was. Als één van de eerste 100 Twitteraars in Nederland én als één van de eersten die het vanwege het verregaande gegillesdelatourette heb gedeinstalleerd heb ik een iets andere mening. En inmiddels doet dat voorbeeld volgen.
Ook hier speelt de aloude discussie tussen kwantitatief en kwalitatief rendement. Als je pas meetelt als je meer dan 1.000 tweets op je naam hebt en een pak aan volgers, ben je meer met ego dan met waardevolle networking bezig. Dat werd recentelijk op magistrale wijze bewezen. Zo werd facebookers een gratis Big Mac in het vooruitzicht gesteld voor elke 10 "vrienden" die men zou deleten. Op basis van de gigantische grote schoonmaak die volgde mag je stellen dat de waarde van een virtuele vriendschap in die community ongeveer eentiende Big Mac is. So much for loyalty...
Bovendien ontvang ik een jaar nadat ik mijn actieve Twitter loopbaan beëindigde, nog steeds wekelijks berichtjes dat ik weer nieuwe volgers heb. En dan niet de minste, zoals Dutch Cowboys en Geen Stijl. Fascinerend!
Maar waar komt dan dat gevoel vandaan dat je deze ontwikkelingen niet mag missen? Nou, in ieder geval door "goeroes" die zich kleurenblind publiceren aan "positieve" onderzoeksresultaten. De kwantitatieve redenatiestructuur is immer gelijk. Voorbeeldje: The Intelligence Group onthulde recent dat 43% van de Hyves leden ontvankelijk is voor wervingsactiviteiten/recruitment. Om vervolgens zonder al te veel omwegen naar de conclusie te jumpen dat Hyves dús voor recruiters interessant is. De realiteit is echter, dat er nogal een gapend gat zit tussen wat de Hyvespopulatie op vrijblijvende onderzoeksvragen antwoordt (tuurlijk... als je een te gekke baan komt brengen ben ik altijd geïnteresseerd...) en hoeveel arbeidscontracten er daadwerkelijk te stand komen. Een te verwaarlozen aantal. Natuurlijk, wat nog niet is kan zeker nog komen, maar de moraal van het verhaal is dat je niet blindelings door de euforie van de melaatse met de meeste vingers moet laten meeslepen.
Bas van de Haterd, frontrunner in (digitale) arbeidscommunicatie zegt daarover: "daar waar veel mensen waarschijnlijk positief staan tegenover een vacature die bij je past, is een Hyves profiel niet echt geschikt voor goede targetting. Zoals ook HRlog gisteren al schrijft. Zelf ben ik inmiddels 4 keer in Hyves benaderd om mijn CV op te sturen, op basis van een lidmaatschap van een bepaalde Hyve. Ik moet zeggen dat ik de vierde keer het bericht als SPAM heb aangemerkt. Dus hoeveel van die 43% staan nog open voor vacatures als de targetting (die dus heel lastig is) ontbreekt?"
Ook LinkedIn en de mogelijkheid om er groups aan te maken doet het goed in de onderbuik. Zelf merk ik dat het nogal wat moeite kost om dit wat zakelijker platform ook zakelijk te houden. Voor mij betekent dat een zekere terughoudendheid in met wie ik connectie zoek en van wie ik de uitnodiging om te linken accepteer. Want inmiddels is ook daar een soort egodingetje ontstaan. LinkedInners die Obama en Balkenende in hun netwerk hebben of meer dan 750 connecties. Zouden die mensen wel meer waard zijn dan een hapje hamburger?
Momenteel experimenteer ik er met de groepen die als champignons uit de virtuele aarde schieten. Ik heb gemerkt dat je daaraan een dagtaak kunt hebben, vooral als je de activiteitenmelding aan hebt staan en je je inboxje met regelmaat ziet vol lopen. Op papier is zo'n groep een uitgelezen vehikel om met gelijkgestemden de diepte in te gaan, maar in de praktijk gebeurt dat zelden.
Ik heb meer en meer het idee dat dit soort “fora” een soort fishing expedition zijn. Het lijkt er een beetje op dat mensen hun bestaansrecht trachten te bewijzen door hun lidmaatschap en het posten van trivia, hopend op reacties. Door een gebrek aan redactie (of misschien wel ballotage) lopen die discussies dood voordat ze echt begonnen zijn. En door een oorverdovende inactiviteit van veel groepsleden, zijn het doorgaans dezelfde die reageren. Het gevaar is dat menig groep zo een dood paard wordt waaraan trekken zinloos lijkt.
Is het concluderend dan allemaal kommer en kwel? Welnee! Wat er gebeurt is geweldig en wie zich hartstochtelijk met renderende relaties bezighoudt waant zich als Sjakie in de chocoladefabriek. Maar een vleugje realiteitzin is zeker op z'n plaats. Onze bijdrage daaraan komt uit dit soort beschouwingen en uit de ontwikkeling van bankable modellen om deze media effectief te bespelen. De tocht van kwantiteit naar kwaliteit is nog lang, maar we zijn onderweg!





Reacties